maandag 26 juni 2017

Klokkenluiders nog altijd kwetsbaar







Klokkenluiders nog altijd kwetsbaar
 
Klokkenluider zijn is in Nederland niet makkelijk. De overheid doet weinig om klokkenluiders te beschermen en - sterker nog - schroomt er niet voor om deze tegen te werken als het bijvoorbeeld een ambtenaar betreft. Zie Follow The Money voor een uitgebreid overzicht van klokkenluiders die het slecht verging. In Nederland wordt het niet gewaardeerd als je het hoofd boven het maaiveld uitsteekt, lijkt het. Zo ook in geval van de dierenarts die de (zoveelste?) misstand bij de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) aan de kaak stelde. Het NRC bericht  op 24 juni 2017 over dierenarts Blom die als enige de werkwijze van diverse slachterijen - gevallen kipfilet wordt met een bezem bij elkaar geveegd en weer op de lopende band gelegd en zieke dieren worden geslacht en geconsumeerd - aankaartte. Niet alleen ondernam de NVWA weinig tot niets, Blom wordt gewantrouwd en zit nu thuis.

http://van-kaam.nl/nl/Mensen/people/7/Jurian-van-Groenendaal

woensdag 12 april 2017



De 'hufterfuik'
 
Waarschijnlijk geïnspireerd door de uitspraak in de zaak over de politiecontrole bij Schiphol (zie X/Volkskrant) op 14 september 2016, probeerde eiser in deze zaak ook een schadevergoeding te incasseren voor het gebruik van een foto van een politiecontrole waarop hij - onherkenbaar - in beeld was gebracht. Eiser werd met zijn auto gefotografeerd bij een zogenaamde 'hufterfuik' in Rotterdam.
 
De vordering wordt echter afgewezen. Het AD heeft als journalistiek medium het recht verslag te doen van actuele gebeurtenissen en daarbij horen beelden van de actualiteit. 
 
Het vonnis is lezenswaardig. Opvallend is dat de rechter oordeelt dat sprake is van een persoonsgegeven in de zin van de Wbp. Het is bij mijn weten de eerste keer dat de rechtbank dit vaststelt aan de hand van enkel de achtergrond van de foto (Erasmusbrug) en de kenmerken van de auto van eiser. Eiser zelf / zijn gezicht waren immers onherkenbaar gemaakt.
 
Lees HIER de volledige uitspraak.

http://van-kaam.nl/nl/Mensen/people/7/Jurian-van-Groenendaal

donderdag 8 september 2016



Hyperlinken alleen onder voorwaarden toegestaan
 
De tongen zijn losgemaakt door het langverwachte arrest inzake GeenStijl /Sanoma, ook wel de Playboy-zaak genoemd. Het Hof van Justitie ('HvJEU') is van oordeel dat het plaatsen van hyperlinks geen mededeling aan het publiek is, tenzij degene die de hyperlink plaatst weet of behoort te weten dat de content waarnaar hij verwijst illegaal gepubliceerd is en hij winstoogmerk heeft.

Wat was er aan de hand?
Even kort de achtergrond van de zaak. Op 27 oktober 2011 plaatst GeenStijl een artikel over het uitlekken van de Playboy-foto's van Britt Dekker met daarbij een thumbnail van een van de foto's en een hyperlink naar de website waarop deze foto's kunnen worden gedownload. Playboy (Sanoma) is hier natuurlijk niet blij mee, de foto's zouden namelijk pas in het december issue worden geplaatst. Sanoma verzoekt de website in kwestie (Filefactory.com) en GeenStijl om de foto's respectievelijk de hyperlink te verwijderen. Filefactory.com voldoet aan dit verzoek maar Sanoma weigert. In plaats daarvan plaatst GeenStijl daarna nog twee berichten met links naar de naaktfoto's van Dekker welke inmiddels verspreid zijn over het internet.

Sanoma is van mening dat het plaatsen van hyperlinks naar de illegaal gepubliceerde foto's auteursrechtinbreuk oplevert en stapt naar de rechter. In eerste instantie krijgt Sanoma nog gelijk maar in hoger beroep gaat zij onderuit: het Gerechtshof is van oordeel dat door het plaatsen van hyperlinks geen inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten van de fotograaf/Sanoma, omdat de foto's door de plaatsing op de website Filefactory.com al eerder openbaar gemaakt waren. Sanoma is het niet eens met het arrest van het Hof Amsterdam en legt de zaak voor aan de Hoge Raad.

Hoge Raad: vragen aan Hof van Justitie
Het HvJEU heeft in 2014 een tweetal arresten gewezen over de vraag of hyperlinks en embedded links een mededeling aan het publiek zijn (Svensson en BestWater). Het HvJEU concludeerde in deze zaken dat dit in beginsel niet zo is en dus geen inbreuk gemaakt wordt op het auteursrecht door het plaatsen van een hyperlink. De content waarnaar werd verwezen in die zaken was immers reeds toegankelijk voor het publiek, omdat deze (met toestemming van de rechthebbende) openbaar was gemaakt voor alle internetgebruikers. Als gevolg daarvan werd door het plaatsen van de hyperlink geen 'nieuw publiek' meer bereikt. Dit nieuw publiek criterium was door deze opvolgende uitspraken steeds centraal gesteld.

Omdat voornoemde arresten geen antwoord gaven op de vraag wat er gebeurt indien het werk zónder toestemming van de rechthebbende online was geplaatst, besloot de Hoge Raad de zaak voor te leggen aan het HvJEU. Die moest antwoord geven op de vraag of het linken naar websites waarop auteursrechtelijk beschermde werken zonder toestemming van de rechthebbende openbaar waren gemaakt auteursrechtinbreuk oplevert.

Oordeel Hof van Justitie
Lange tijd leek de procedure in het voordeel van GeenStijl uit te pakken. A-G Wathelet - adviseur van het HvJEU - kwam in april dit jaar in zijn conclusie tot het oordeel dat het plaatsen van een hyperlink naar een andere website waar de content illegaal gepubliceerd is nooit een mededeling aan het publiek oplevert omdat een hyperlink op zichzelf een mededeling aan het publiek is, waardoor de vraag of een nieuw publiek wordt bereikt niet meer relevant is. Het louter faciliteren of eenvoudiger maken om bepaalde informatie te vinden, zoals feitelijk gedaan door GeenStijl, was volgens de A-G onvoldoende om auteursrechtinbreuk aan te nemen.

Het HvJEU gaat in tegen dit advies (wat zelden voorkomt) en komt tot een geheel andere slotsom.

Het HvJEU neemt als uitgangspunt dat het bieden van toegang tot auteursrechtelijk beschermd materiaal zonder toestemming van de rechthebbende, geen mededeling aan het publiek en dus auteursrechtinbreuk oplevert. Tenzij aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste de voorwaarde dat de hyperlinker wist of moest weten dat de door hem geplaatste hyperlink toegang geeft tot een illegaal op internet gepubliceerd werk. Een open norm die nauwelijks wordt ingekleurd in het arrest. Het HvJEU stelt alleen dat van degene die de link plaatst verwacht mag worden dat deze de nodige "verificaties" verricht om zich ervan te vergewissen dat het betrokken werk niet illegaal is gepubliceerd. Als tweede voorwaarde stelt het HvJEU dat degene die de hyperlink plaatst een 'winstoogmerk' moet hebben. Ook een open norm die, helaas, evenmin toegelicht wordt. Dat deze toelichting ontbreekt is des te opvallender omdat in eerdere rechtspraak het winstoogmerk-criterium juist als niet 'noodzakelijk' op een zijspoor was gezet.

Volgens het HvJEU staat vast dat de website van GeenStijl winstoogmerk heeft en de hyperlinks heeft geplaatst terwijl zij zich ervan bewust was dat de foto's van Playboy (Sanoma) zonder toestemming online waren gezet. Sanoma had daar immers reeds op gewezen in een sommatie. Hierbij speelt het waarschijnlijk ook een rol dat GeenStijl koppen als ''Fucking uitgelekt! Naaktfotoos Britt Dekker'' en ''Update: Naaktpics Britt Dekker nog niet gezien? Ze staan HIERRR.'' gebruikte.

Het HvJEU merkt nog op dat het plaatsen van hyperlinks een belangrijk deel uitmaakt van de vrijheid van meningsuiting en informatie en dat zulke links bijdragen tot een goede werking daarvan. Vervolgens wordt hier echter met geen woord meer over gerept. Artikel 11 van het EU Handvest waarborgt de vrijheid van meningsuiting als grondrecht, net zoals het recht op (intellectueel) eigendom als grondrecht wordt beschermd in artikel 17 van het EU Handvest. Het is opvallend dat het HvJEU hier vervolgens geen overwegingen meer aan wijdt, te meer nu GeenStijl als journalistiek medium beroep deed op de uitingsvrijheid.

Het oordeel in de praktijk
Linken naar andere websites is niet toegestaan wanneer je wist of had moeten weten dat de content op die website illegaal gepubliceerd is. Daarbij komt een bepaalde verificatieplicht, die evenwel onwerkbaar lijkt in de praktijk.

Het is niet makkelijk – zeker niet voor kleine partijen – om te verifiëren of iedere andere website waarnaar zij willen linken zich aan de regels houdt. Wat als men linkt naar een website waar achteraf alsnog illegale content op verschijnt? Ben je hier als medium c.q. journalist dan ook voor verantwoordelijk?

Er zou minder twijfel worden opgeworpen als het HvJEU de aandacht had gevestigd op de mededeling van de rechthebbende dat sprake is van een illegale publicatie, zoals in de Playboy-zaak het geval was. De uitspraak houdt het midden tussen deze twee en creëert daarmee nieuwe onduidelijkheid.

Het winstoogmerk-criterium is zo mogelijk nog onduidelijker, omdat dit in het digitale (media)landschap niet eenvoudig te beoordelen valt. Als een individu in de privésfeer een hyperlink plaatst is er vooralsnog niets aan de hand. Echter vrijwel iedere website heeft advertenties, soms zelfs automatisch, waardoor van winstoogmerk al snel sprake kan zijn. Het was wellicht beter geweest om het winstoogmerk specifiek te betrekken op het direct faciliteren van inbreuken, zoals in het verleden reeds in de Nederlandse rechtspraak gebeurde. Zo werd het faciliteren van zoekplatforms voor illegale mp3's bijvoorbeeld verboden.

Voor journalisten lijkt al snel voldaan aan de twee cumulatieve voorwaarden, maar zij ontvangen bescherming op grond van de uitingsvrijheid. Dit komt echter niet uit de verf in het Playboy-arrest, waardoor deze op de (commerciële) media een enorme impact zal hebben.

Het ligt in de lijn der verwachting dat hier nog niet het laatste woord over is gezegd. Wij vragen ons af welke mening het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is toegedaan mocht deze of een soortgelijke casus daar belanden.

Lees HIER het volledige arrest.

Geschreven samen met Hanneke van Lith (@HannekevLith)




Zie ook de website van Van Kaam Advocaten: http://van-kaam.nl/nl/article/153/Hyperlinken-alleen-onder-voorwaarden-toegestaan

vrijdag 1 april 2016

Erdogan, Duitse humor en satire

De Grieken, de Romeinen en zelfs de oude Egyptenaren gebruikten satire als middel om pregnante kwesties aan de kaak te stellen. Het door Desiderius Erasmus geschreven werk de Lof der zotheid uit 1511 is bewijs dat ook in Nederland al eeuwenlang maatschappijkritiek wordt geleverd door middel van satire. Wat is eigenlijk de stand van zaken in Europa anno 2016? De Duitse ambassadeur is deze week in Ankara op het matje geroepen voor een satirisch filmpje over Erdogan. Is er reden tot zorg?

De rechtspraak wijst uit dat niet helemaal lekker zit in Europa. Neem de zaak uit 2010 over een carnavalsoptocht in Portugal, waarbij een burgemeester op ludieke wijze op de hak werd genomen. Er volgde een strafrechtelijke veroordeling met boete van ruim € 4.000. In Europa zijn in het verleden hoge boetes uitgedeeld, excuses afgedwongen en gevangenisstraffen opgelegd voor humoristische uitingen. Zelfs het recht om nog verder te mogen werken als journalist is wel eens afgepakt.

Het EHRM houdt in bijna vijftig landen – waaronder Rusland en Turkije – als hoogste rechter de vinger aan de pols van de vrijheid van meningsuiting. Satire wordt door het Hof in Straatsburg gezien als vast onderdeel van het fundamentele recht een mening te koesteren en openbaar te maken. Het EHRM heeft in alle hierboven genoemde gevallen ingegrepen en de nationale rechters, aanklagers en beledigde partijen een halt toegeroepen. Het is wel vervelend dat het zover moet komen. Op het moment dat het Hof ingrijpt is er een jarenlang en kostbaar traject afgelegd dat op zichzelf al een chilling effect heeft. De harde straffen die al die tijd boven het hoofd van de beklaagde hangen zijn ook simpelweg intimiderend.

De Duitse omroep NDR vond humor ook een uitermate geschikt middel om repressie in Turkije aan de orde te stellen. Zij maakte een filmpje over de Turkse president Erdogan. Die heeft sowieso lange tenen. Hij startte in Turkije al 2000 zaken tegen mensen die hem beledigd zouden hebben. Turkije zorgt inmiddels voor een stroom rechtspraak waarin een zorgwekkend patroon te ontdekken is. Redacties worden leeggehaald, journalisten opgesloten en internetblokkades zijn realiteit. Als het de Turkse overheid niet bevalt wordt er hard ingegrepen en zeker als het Erdogan betreft.

Europa trekt zich terecht niets aan van de klachten van Erdogan, die graag wil dat het filmpje helemaal van internet verdwijnt. Zijn actie leidt tot twee dingen. Ten eerste het Streisand-effect, waarbij het op hoge poten eisen van verwijdering tot gevolg heeft dat er veel meer aandacht ontstaat. Ten tweede, de kans om in Europa te laten zien dat satire en humor belangrijke en legitieme stijlmiddelen zijn.

Jurian van Groenendaal, Van Kaam Advocaten




http://www.van-kaam.nl/nl/article/145/Erdogan,-Duitse-humor-en-satire

vrijdag 12 juni 2015

Prejudiciële vragen in de zaak Filmspeler / BREIN

Zie onder meer Boek9 en IE-forum voor een afschrift van het vonnis en de concept vragen. 

Her weblog van Boekx 

dinsdag 2 september 2014

De gestolen naaktfoto's van Kate Upton, Jennifer Lawrence en tientallen anderen

Het is even schrikken voor een flink aantal actrices, popsterren en modellen. Een hacker heeft toegang gekregen tot hun iCloud account met daarop persoonlijke foto’s en filmpjes. In deze cloud worden - in beginsel automatisch - kopieën opgeslagen van beelden die met Apple-apparaten zijn gemaakt. En de celebs houden er nogal wat naaktfoto’s en pikante video’s op na. Van onder meer model Kate Upton en actrice Jennifer Lawrence werd dit soort materiaal online gezet. Sommigen ontkenden de authenticiteit van de beelden, maar andere gaven toe dat het om echte foto’s gaat. En er zou nog veel meer gepubliceerd worden. Een lijst met tientallen bekende vrouwen werd gepubliceerd op internetforum 4Chan, waar de hackers hun buit presenteerden.

Voyeurisme

Een schrale troost voor de vrouwen is dat het civielrechtelijk een makkelijke zaak wordt. Het publiceren van foto’s, in de beslotenheid van een privéomgeving genomen, schendt de persoonlijke levenssfeer evident. Al helemaal wanneer er naakt of erotiek in beeld is. Alhoewel het publiek op zichzelf wel informatie mag ontvangen over het privéleven van celebrities, wordt er een grens overschreden wanneer de publicatie niet bijdraagt aan een publiek debat. In de Von Hannover I en II uitspraken heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (“EHRM”) het publieke debat als essentieel criterium aangemerkt in de belangenafweging van grondrechten.1 Het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan de ene kant en het grondrecht op vrijheid van meningsuiting aan de andere kant. In de Von Hannover II uitspraak is bovendien overwogen dat het louter bevredigen van nieuwsgierigheid geen zwaarwegend belang is. Het gaat natuurlijk om puur voyeurisme wanneer naaktfoto’s worden gestolen en gedeeld. De manier waarop de foto’s zijn verkregen speelt ook een relevante rol. Het is alsof een inbreker door je onderbroekenla gaat, maar dan voor het oog van de hele wereld. Een belangenafweging door de rechter dient onder deze omstandigheden in het voordeel van de celebrities uit te vallen.

Axel Springer en Naomi Campbell

Het openbaar maken van deze naaktfoto’s is in die zin heel anders dan de zaak over een Duitse acteur door Axel Springer.2 De acteur werd voor bezit van cocaïne gearresteerd op een openbaar festival. Dat vond hij ook tot zijn loutere privésfeer behoren. Een dagblad publiceerde over het voorval met de volledige naam en zijn foto. Dat was volgens het EHRM toelaatbaar. De bekendheid van Springer bij het publiek, de betrouwbaarheid van de feiten (een openbaar aanklager had het voorval bevestigd) en een drugsverleden speelden in de belangenafweging een rol. Naast het feit dat bekende personen ook een voorbeeldfunctie bezitten voor het publiek. Een soortgelijke zaak betrof supermodel Naomi Campbell die werd gefotografeerd buiten een afkickkliniek. Het publiceren van de foto’s ging echter te ver volgens het EHRM. Al was het op zichzelf gerechtvaardigd om over het feit dat zij onder behandeling was te berichten. In het oordeel speelde mee dat de met telelens genomen foto’s een negatief effect op haar behandeling zouden kunnen hebben, en ook niets wezenlijks bijdroegen aan de berichtgeving.

Strafbaar

Het stelen van beeldmateriaal uit de cloud en het openbaar maken van dat materiaal heeft ook zeker strafrechtelijke gevolgen. Computervredebreuk, het omzeilen van een beveiliging en het binnendringen van een computer, is een strafbaar feit. Daarvoor zullen de autoriteiten de hackers van de cloud van de celebrities moeten zien te vervolgen. Maar ook al wordt in deze opinie het woord “stelen” herhaaldelijk gebruikt, van diefstal in de zin van het Wetboek van Strafrecht is geen sprake. Dat is relevant voor iedereen die de foto’s overneemt en openbaar maakt. Zij lopen anders het risico zelf vervolgd te worden voor heling. Volgens de Hoge Raad is diefstal van virtuele items uit een game weliswaar te kwalificeren als diefstal, maar daar ging het om virtuele spullen waarover de eigenaar feitelijk de beschikkingsmacht verloor. Dat is bij de foto’s niet het geval. Wel kan het openbaar maken van beeldmateriaal waarvan de verkrijger weet dat het door een misdrijf is verkregen, onrechtmatig zijn. SBS mocht geen beelden uitzenden van de gestolen digitale camera van (toen nog) prinses Máxima.

Manon Thomas


In Nederland hebben we de zaak Manon Thomas gehad. Naaktfoto’s en een filmpje van Thomas werden gestolen door haar buurman, die toegang had gekregen tot haar computer. Die foto’s werden gedeeld via MSN aan een klein groepje personen en het filmpje werd op Youtube gezet. De strafrechtelijke veroordeling door rechtbank en gerechtshof voor inbreuk op het auteursrecht, werd door de Hoge Raad gecasseerd wegens een vormfout. De primair ten laste gelegde computervredebreuk en belediging konden niet bewezen worden. Voor de ad informandum aan de dagvaarding toegevoegde feiten met betrekking tot inbreuk op het auteursrecht, had een nieuwe dagvaarding gemaakt moeten worden. Dat was niet gebeurd waardoor het OM niet ontvankelijk werd verklaard. Wel was Thomas toen al succesvol in het verwijderen van de foto’s en het filmpje van internet. Naast de strafrechtelijke relevantie van het auteursrecht in deze zaak, in de praktijk zeldzaam, kon zij het ook gebruiken voor civielrechtelijke vorderingen tot verwijdering natuurlijk.

Secundaire openbaarmakers

Of de hackers ooit gevonden en vervolgd worden valt zeer te betwijfelen. Wat wel gaat gebeuren is dat er een leger advocaten achter alle websites aangaat die de foto’s hebben overgenomen en openbaar (blijven) maken. Dat geldt natuurlijk ook voor Nederlandse partijen die inhaken op het verspreiden van de foto’s. Zij lopen een risico. Al is het de vraag of de foto’s werkelijk van het internet af te halen zijn. In geval van bekende persoonlijkheden gaat het verspreiden van “verboden” beeldmateriaal zo snel dat het niet meer in te dammen is. Het Britse koningshuis ondernam geen actie tegen foto’s van prins Harry die zich naakt in een hotelkamer in Las Vegas vermaakte met een onbekende dame. Wel werd er een procedure gestart tegen openbaarmaking van foto’s van Kate Middleton die topless aan het zonnen was in de tuin van een vakantiehuis. De Franse rechter verbood publicatie van de foto’s maar deze waren inmiddels al zo ver verspreid dat daar geen actie meer tegen werd genomen. Om praktische redenen hoogstwaarschijnlijk. Het aanspreken van honderden partijen in talloze jurisdicties is geen makkelijke klus.

mr. Jurian van Groenendaal is advocaat media en intellectuele eigendom bij Boekx Advocaten in Amsterdam (www.boekx.com). Dit artikel is eerder verschenen op www.boek9.nl en www.ie-forum.nl

donderdag 10 juli 2014

Thuiswerken met bedrijfsgevoelige informatie

Het komt steeds vaker voor dat werknemers thuis werken. Het is praktisch omdat het tijdrovend woon-werk verkeer bespaart. In een omgeving die in toenemende mate digitaliseert is thuiswerken ook logisch. Je hoeft niet meer bij de stalen dossierkast in de buurt te zitten om er een document uit op te vissen. Alle benodigde informatie is vindbaar via de computer, tablet of smartphone. Werkgevers vinden het in de regel geen groot probleem om thuiswerken toe te staan. De vraag is echter of zij zich realiseren dat er dagelijks gevaren op de loer liggen. Gevoelige informatie komt eenvoudig in de verkeerde handen. In dit artikel worden de juridische consequenties hiervan beschouwd en praktische tips gegeven om verlies van data te voorkomen.

Een reëel gevaar

Het verliezen van gevoelige informatie is zeker geen denkbeeldig probleem. Neem bijvoorbeeld voormalig Officier van Justitie Joost Tonino. Die zette in 2004 zijn oude computer bij het grof vuil omdat hij last had van een computervirus. Op deze PC was onder meer informatie te vinden over justitiële onderzoeken waarbij Tonino als Officier van Justitie betrokken was. Hoogst gevoelige informatie die lopende onderzoeken in gevaar kon brengen. Een taxichauffeur pikte de computer van de stoep op en leverde deze prompt af bij misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Er zijn meer sprekende voorbeelden te vinden bij de Nederlandse Staat. Een medewerker van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (“AIVD”) raakte in 2005 diskettes kwijt die – wederom – bij Peter R. de Vries belandden. Naast het feit dat het opmerkelijk is dat de AIVD anno 2005 kennelijk nog met diskettes werkt(!) valt op dat het zeker niet bij één incident bleef. Bij Defensie en de rechterlijke macht ging het in het verleden herhaaldelijk mis. Medewerkers van Defensie raakten verschillende keren USB sticks kwijt met daarop gevoelige informatie. Dat wil zeggen, informatie die in de verkeerde handen levensgevaarlijk is voor bijvoorbeeld militairen in het buitenland. Opvallend is dat uit vragen van Kamerleden aan de toenmalige Minister van Defensie bleek dat de informatie op de USB sticks bovendien niet versleuteld was. Dan nog een voorbeeld van niet digitale aard. Politierechter mr. B. fietste in 2009 met vijf dossier onder haar snelbinder naar huis. Eenmaal thuis merkte ze dat de vijf (ongetwijfeld vuistdikke) dossiers van de fiets waren gegleden. En, hoe kan het ook anders, de dossiers werden op enig moment door de vinder afgeleverd bij Peter R. de Vries. Pas toen gaf de rechter openheid van zaken en bekende ze de dossier te zijn kwijtgeraakt. De lijst van incidenten gaat maar door. Ook in het Nederlandse bedrijfsleven gaat het vaak mis. TNS NIPO becijferde in 2012 in opdracht van Nationale Nederlanden dat in de afgelopen vijf jaar gevoelige informatie van 10.000 bedrijven bij onbevoegden terecht is gekomen. De geschatte schade die de bedrijven hierdoor samen hebben geleden: 115 miljoen Euro. Overigens werd in dit onderzoek wel het “verduisteren” van informatie door werknemers zelf meegewogen.

De juridische gevolgen

In geval van moedwillig lekken of stelen van bedrijfsgevoelige informatie kan er sprake zijn van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Dat is een uiterste sanctie die voor de werknemer vergaande gevolgen heeft: hij verlies van de ene op de andere dag zijn baan en inkomen. In geval dat per ongeluk informatie wordt verloren zal het in de regel niet z’n vaart lopen. Het juridische uitgangspunt is dat de werknemer niet aansprakelijk is voor problemen die nu eenmaal horen bij het uitvoeren van zijn werk. Staat de werkgever gebruik van digitale apparaten en meenemen van informatie toe, dan kan er dus ook wel eens wat mis gaan. Net zoals een schoonmaker per ongeluk een duur schilderij van de muur kan stoten of een kostbare muurschildering kan beschadigen. In dat geval is het uitgangspunt dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade. De aansprakelijkheid kan wel verschuiven als er sprake is van “opzet” of “bewuste roekeloosheid”. Of zich opzet of bewuste roekeloosheid voordoet hangt sterk af van de concrete feiten van de zaak. Maar voor zover bekend zijn ook in de extreme voorbeelden die hierboven werden gegeven geen arbeidsrechtelijke sancties genomen.

Wat moet er dan wel gebeuren?

Het feit dat het probleem in principe op het bord van de werkgever komt te liggen, onderstreept voor de werkgever vooral dat het belangrijk is te voorkomen dat het misgaat. Ook de werknemer is daar bij gebaat. Die zal evenmin willen dat zijn werk op straat komt te liggen. Of dat door zijn fout gevoelige informatie is gelekt. De werkgever is bovendien verplicht om maatregelen te nemen. Hij dient op grond van artikel 7:658 BW – kort gezegd – de aan de werknemer geboden voorzieningen zodanig in te richten dat daarmee veilig kan worden gewerkt. In dat kader kan ten eerste gedacht worden aan deugdelijk beveiligde digitale dragers. Encryptie (versleuteling) van de data zelf voorop, naast toegang met gecompliceerde wachtwoorden die regelmatig moeten worden gewijzigd. En bijvoorbeeld ook een verplicht codeslot op de smartphone. Het is een onaanvaardbaar risico met een smartphone op zak rond te lopen wanneer deze openlijk toegankelijk is voor iedereen die het apparaat toevallig vindt. Wel bestaat er tegenwoordig goede mogelijkheden om verloren toestellen op te sporen via GPS en op afstand te wissen of uit te schakelen. Dat principe geldt ook voor laptops en zelfs gewone dekstop computers. Verder is het gebruik van een dubbele beveiliging bij inloggen een goed idee. Dit houdt in dat voor het inloggen een code vereist is, die wordt toegestuurd op een geregistreerd mobiel nummer van de werknemer. Die moet de code én zijn combinatie van inloggegevens gebruiken om toegang te krijgen tot de bedrijfssystemen.

En wie gaat het doen?

Het is dus een taak van de IT afdeling om dit probleem te tackelen. Maar die afdeling verwijst vaak weer naar het management. Het management neemt op zijn beurt als vanzelf aan dat dit tot het takenpakket van de IT afdeling behoort. De praktijk wijst uit dat de beveiliging van IT vaak een ondergeschoven kindje is. Het is naar mijn mening primair de taak van het management om erop toe te zien dat de beveiliging optimaal is. Concrete opdrachten moeten vanuit het management komen, Een concrete tip naast het instellen van beveiliging is het opstellen van een reglement voor het gebruiken van (gevoelige) bedrijfsinformatie op afstand, zij het digitaal of ouderwets analoog. Ook de werknemers kunnen wat opvoeding gebruiken.

mr. Jurian van Groenendaal is advocaat bij Boekx Advocaten Media & Intellectuele Eigendom te Amsterdam vangroenendaal@boekx.com (www.boekx.com).

Dit artikel is eerder verschenen in het magazine PC Rendement